Zorgt Corona voor een ‘Shinkansen-effect’?

“We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt” (Albert Einstein)

De ‘Shinkansen’ is een netwerk van hogesnelheidslijnen in Japan, waarop de beroemde kogeltreinen (Japanse hogesnelheidstreinen) rijden. Deze nieuwe manier van transport zorgde voor een economische revolutie in het midden van de twintigste eeuw.

Wat is er dan zo speciaal dat we van een ‘Shinkansen-effect’ kunnen spreken?

Toen de Japanners hun treinen wilden moderniseren konden ze ervoor kiezen om de treinen wat sneller te laten rijden op het bestaande netwerk, maar in plaats daarvan kozen ze voor een totaal nieuwe oplossing. Ze gingen  bredere spoorlijnen aanleggen zodat er een totaal nieuw soort treinen op kon rijden, die snelheden haalden van 200 km per uur.  

Een Shinkanseneffect verwijst dus naar een andere manier om problemen op te lossen, namelijk door het patroon te doorbreken dat je tot nu toe gebruikte. Dit vereist dus eigenlijk een mentale sprong. Je moet immers de manier waarop je tot nu toe bepaalde problemen hanteerde volledig verlaten om een nieuwe strategie te vinden.   

Misschien moeten we de manier waarop we bepaalde problemen oplossen eens onder ogen zien en kijken of er ook andere perspectieven of manieren zijn om ons doel te bereiken.

  • Wat maakt ons gelukkig? Hoe blijven we gezond?  Hoe gaan we met elkaar om?
  • Blijven we denken in termen van meer geld, meer consumeren, meer op reis gaan en hopen we dat  techniek en wetenschap alles zal oplossen?   
  • Is de Coronacrisis een opportuniteit om nieuwe (en betere) oplossingen te ontdekken?

Ga op zoek naar je ‘ikigai’

“Alleen wie bezig blijft wil honderd worden” (Japans gezegde)

Nu de wereld door het Corona-virus tot stilstand is gekomen (met uitzondering van de helden die onze gezondheid verzorgen of essentiële diensten blijven voorzien) is het misschien goed om eens stil te staan bij je ‘raison d’être’, je reden van bestaan of wat Japanners je ‘ikigai’ noemen. Ikigai is wat de inwoners van Okinawa kenmerkt. In dat Japanse dorp wonen meer gezonde en actieve honderdjarigen dan waar ook ter wereld.

Garcia en Miralles interviewden de inwoners om te achterhalen wat hun geheim is. Zij verzamelden volgende tien raadgevingen:

  1. Blijf altijd actief met wat je graag doet, ga niet met pensioen
  2. Doe rustig aan want haast is omgekeerd evenredig met kwaliteit van leven
  3. Eet je niet helemaal vol maar stop als je buik ongeveer 80% vol is.
  4. Omring je met goede vrienden en onderhoud je vriendschappen dagelijks
  5. Zorg voor een goede conditie door te bewegen (werk in de tuin, wandel,…)
  6. Lach
  7. Zoek de natuur op
  8. Bedank je voorouders, de natuur, je naasten…
  9. Leef in het nu
  10. Volg je ikigai

Ikigai is daarbij de rode draad die alles kleurt. Het verwijst naar je passie, de zingeving van leven, waarom je ’s morgens wil opstaan.

Het ikigai bevindt zich op het kruispunt van deze vier onderdelen:

  • Waar je van houdt,
  • Wat de wereld nodig heeft
  • Waar je voor wil betaald worden
  • Waar je goed in bent
Ikigai

Als je je ikigai gevonden hebt, doe je wat je graag doet, wat de wereld nodig heeft en waar je goed in bent. Bovendien is het ook waar je voor betaald wordt.

Waar sta jij elke dag voor op? Heb je je ikigai al gevonden? Mogelijk vinden we in het vervolgboek enkele tips voor wie nog op zoek is… Vervolgt dus J

Leestip: Francesc Miralles en Héctor Garcia, Ikigai, Het Japanse geheim van een lang en gelukkig leven, 2016.

De 10 seconden meditatie

“Hoe stiller je wordt, hoe meer je kan horen” (onbekend)

Wat kun je deze dagen nog doen behalve lezen, Netflix kijken en je vervelen? Je kan beginnen met meditatie. Daarbij is de 10 seconden meditatie van Chade-Meng Tan misschien een goed begin. Tan was systeemanalyst bij Google en ontdekte meditatie op zijn 21th . Hij startte met cursussen meditatie voor Google-medewerkers. Om te bewijzen dat meditatie even nuttig kan zijn als een zoekopdracht op Google ontwikkelde hij een korte oefening.  Immers, wat nodig is volgens Tan, is dat je je ontspant zodat je hartslag omlaag gaat en je de spieren losmaakt.

De oefening gaat als volgt:

  1. Neem iemand in gedachten, bij voorkeur iemand om wie je geeft.
  2. Denk: ik wens deze persoon toe dat hij /zij gelukkig is
  3. Adem drie keer in en uit terwijl je die gedachte vasthoudt.
  4. Doe dit elke dag om: een gewoonte te maken van je wens voor andermans geluk… Daar word je zelf ook gelukkiger van.[1]

Volgens Tan maakt meditatie je vriendelijker en blijer en verhoogt het bovendien ook de creativiteit.

En als meditatie je niet ligt, kun je altijd nog af en toe gaan wegdromen…


[1] Zomorodi Manousch, Een pleidooi voor verveling, Hoe je productiever en creatiever wordt door af en toe weg te dromen, Amsterdam, 2018.

Klagers de baas

Je kunt je ergeren aan van alles en nog wat maar je bent het niet verplicht. (onbekend)

Er is altijd wat om over te klagen.  Misschien betrap je ook jezelf wel eens op klagen, zeuren of brommen want het kan ook wel eens heerlijk zijn om de frustratie de vrije loop te laten. Maar sommige mensen zien vaker wat er niet klopt, wat misloopt of niet deugt en vallen hun medemens om de haverklap lastig met hun geweeklaag. Wat doe je dan?  Luister je geduldig tot het voorbij is? Je kan de klager ook een koekje van eigen deeg geven, een strategische zet doen waardoor de klager spijt krijgt dat hij (of zij J) ooit met het gezeur is begonnen. Hoe ga je te werk? Wijnberg stelt voor om de ‘klaagimplosie’ te gebruiken:

  • Nu hebben ze weer peuken op de grond gegooid. En er liggen ook weeral colablikjes op de stoep.

Ga mee in het klagen en doe er nog een schep bovenop.

  • Ja, verschrikkelijk zeg. Wat voor mensen zijn dat?  Gooien ze thuis ook gewoon alles op de grond? De viespeuken.
  • Ja, echt hé. Die mensen kennen wellicht het concept ‘vuilnisbak’ niet.
  • Schandalig ja. En wedden dat dat ook dezelfde mensen zijn die overal hondenpoep achterlaten. Wist je dat er mensen zijn die hun grote huisvuil ook gewoon bij de buren achterlaten. Nog even en ’t is hier een vuilnisbelt. Dan komen er ook meteen weer ratten.

Draag een absurde of extreme oplossing  aan.

  • Misschien moeten ze toch eens overal verborgen camera’s hangen zodat de boosdoeners gefilmd worden. Dan kunnen ze opgevorderd worden om eens mee te gaan met de vuilniskar. Of hen een taakstraf opleggen. Of zoals een hond hen eens met hun neus in hun eigen viezigheid duwen, bah!
  • Tja, ik denk dat zo’n camera’s niet kunnen vanwege de privacy. En voor een taakstraf moet je ook eerst nog vinden wie de viespeuk was.
  • Tja, maar jij legt wel mooi de vinger op de wonde. Goed dat jij ziet wat er aan de hand is. De hufters.

Stel de klager verantwoordelijk voor de definitieve oplossing van de klacht en blijf doorzeuren over een oplossing tot de klager het opgeeft.

  • Tijd voor actie, denk ik dan. Ik stel voor dat je de stad contacteert om eens te komen kijken. Of misschien kan je een buurtcomité beginnen zodat je met de buren kan afspreken wat eraan kan gedaan worden? Of een petitie?  Is dat wat?  Wat denk je? 
  • Ho ho, ik denk niet dat het aan mij is om daarin actie te ondernemen.
  • Hoezo? Jij ziet de zaken zo scherp. Ik bedoel, het is toch echt rampzalig. 
  • Tja, dat wel maar om daarom ineens de buren op te trommelen of het initiatief te nemen. Nee, dat zie ik echt niet zitten

Laat je teleurstelling blijken over de passiviteit van de klager.

  • Dat begrijp ik nu niet zo goed. Jij zou dat toch perfect kunnen aankaarten? Als je ’t zo serieus meent met je klacht, zou ik toch denken dat je er best iets aan kan doen. Dat valt me nu tegen van jou. Ik vond het net zo goed van je dat je al die zaken zo goed in de gaten had. Nu had ik gedacht dat je krachtdadiger was.
  • Zeg, nu overdrijft je wel hoor.
  • Hoezo, was je klacht dan niet ernstig?
  • Jawel, maar ik heb al spijt dat ik erover begon.

Vind je deze techniek wat al te gekunseld, dan kan je  ook nog willekeurig van onderwerp verwisselen. Dat gaat dan ongeveer zo:

  • Nu hebben ze weer peuken op de grond gegooid. En er liggen ook weeral colablikjes op de stoep.
  • Wat vind jij eigenlijk van die nieuwe plannen om het verkeer in Antwerpen op te lossen?
  • Hm, wat… Ik was nog bezig over het vuilnis op ’t straat
  • Ja, klopt. Maar sowieso vraag ik me af of het belastinggeld niet beter kan besteed worden.
  • Nee, als je daarover begint. Het belastinggeld wordt op zoveel manieren over de balk gesmeten…
  • Ja, en dan vraag ik me ook af wat ze nu met het zomeruur gaan doen…
  • Luisteren kun jij blijkbaar niet hé?  Ik was nog bezig met iets anders.
  • Ja, maar ik denk soms sneller. Vanmorgen zag ik nog in de krant dat er weer een ongeluk met een dronken bestuurder was. Het is toch verschrikkelijk.
  • Tja, ik ben de draad van het gesprek nu kwijt.
  • Geeft niets, ik moet er vandoor. Tot ziens.

Wedden dat klagers voortaan twee keer nadenken voor ze je met hun gezeur lastig vallen…

Leestip: Jeffrey Wijnberg, Verbale intelligentie, 2014.

Adviseren of provoceren?

Soms wil je iemand gerust stellen maar bereik je daar net het tegenovergestelde mee.  Of je geeft raad maar voor elk advies krijg je een nieuw probleem. Het kan ook anders…

Allen Fay vertelt over een vrouw die haar man steevast vraagt om advies over haar kleding en hoe erg de arme man zijn best doet, het antwoord is nooit genoeg. Herkenbaar bij veel mannen waarschijnlijk? De conversatie gaat dan ongeveer als volgt[1]:

“Vrouw: Is deze goed?

Man: Ja, die is goed, prima

Vrouw: Weet je het zeker?

Man: Ja, heel zeker. Ik hou van deze in het bijzonder, maar je ziet er uitstekend uit in al de jurken die je hebt aangetrokken.

Vrouw: Dat is niet zo; aan jou heb ik niets.”

Er werd hem voorgesteld om het eens anders aan te pakken:

“Vrouw: Is deze in orde?

Man: Nee, de achterkant is gekreukt. Hij is ongeveer twee millimeter te lang en ziet er grotesk uit. Bovendien zit er een duidelijk zichtbare vlek op die er vreselijk lelijk uitziet. Daar komt bij, dat de kleur je helemaal niet staat en dat de zoom ongelijk is.

Vrouw: (Lachend) Je bent gek.”

Daarmee wil ik geen pleidooi houden om nu voortaan elke vraag van ons, vrouwen, over kleding te beantwoorden op deze manier. Maar het illustreert wel hoe een beetje provocatie helpt om één en ander te relativeren of je gesprekspartner aan te moedigen zelf oplossingen te zoeken.


[1] Fay Allen, Hoe erger hoe beter, de paradox in de therapie, Haarlem, 1980, blz. 96

Wat hebben bomen en een overvolle tram gemeen?

In een overvolle lift of tram is het een kunst om niet op te botsen tegen je medepassagiers. Het liefst maak je je dan zo smal mogelijk omdat je niet wil dat een onbekende te dichtbij komt.

Bomen gebruiken uiteraard geen lift maar ze delen soms wel een kleine oppervlakte en dan krijgen ze hetzelfde probleem.

Hoe lossen zij dat op? Ze groeien gewoon op een gepaste afstand van elkaar. Dat geeft heel mooie effecten. Er ontstaan een soort gangen tussen de bomen, zoals je kan zien op de foto. Het fenomeen is ook gekend als ‘crown shyness’ of ‘kroonschuwheid’.

Stained glass

Welk script volg je?

“We first make our habits, and then our habits make us” (John Dryden)

Je hebt een bepaalde levensstijl en specifieke gewoontes. Je gebruikt als het ware een eigen draaiboek om je problemen te hanteren. Gelukkig maar, zo hoef je niet altijd opnieuw het warme water uit te vinden. Maar dikwijls ben je al lang vergeten dat  je een soort script volgt en besef je niet dat je ook op een andere manier kan handelen.

Je script ontstaat in je vroege jeugd wanneer je voor het eerst met een bepaald probleem wordt geconfronteerd. Dan doe je een aantal stappen:

  1. Je ervaart iets, bijvoorbeeld: je vader wordt ernstig ziek en je moeder is daardoor helemaal van slag.
  2. Vervolgens geef je een interpretatie: je stelt vast dat ouders niet voor zichzelf kunnen zorgen.
  3. je concludeert daaruit dat jij voor je ouders moet zorgen.
  4. Het is je overtuiging dat het de taak is van kinderen om voor de ouders te zorgen.
  5. Je past je gedrag aan: je gaat jezelf wegcijferen en zorg dragen voor je ouders.
  6. Er komt een reactie op je gedrag: je hoort anderen zeggen hoe geweldig je voor je ouders zorgt.
  7. Je besluit dat je goed bent in het zorg dragen voor anderen.
  8. Het wordt een patroon: ook als de buurvrouw hulp nodig heeft, ben je er voor haar.
  9. Reactie: niet enkel in je familie maar ook in de buurt wordt je geprezen voor je inzet.
  10. Pay-off: er zijn ook negatieve gevolgen, misschien vinden je leeftijdsgenoten je maar saai. Deze nieuwe ervaring start het stappenplan opnieuw.
  11. Interpretatie: je past deze negatieve ervaring in in je nieuwe bestaande wereldbeeld waarin jij de hulpvaardige verzorger bent. Je bedenkt dat je toch wat volwassener bent dan de anderen en dat je je daarom niet veel moet aantrekken van hun kritiek.

Doordat je deze stappen keer op keer doorloopt, wordt het als het ware een vast patroon, een script dat je volgt.  Je interpreteert de gebeurtenissen dan zo dat ze passen in het bestaande wereldbeeld, dat je zo ook voortdurend versterkt.

Een voorbeeld geeft aan hoe eenzelfde vertrekpunt kan  leiden tot twee totaal verschillende scripts:

Een tweeling, Jane en Ruth, werden geïnterviewd over hun ervaringen als kind tijdens de oorlog. Beiden hadden hetzelfde beleefd: als de bommen vielen, liepen hun ouders naar elkaar toe en hielden elkaar vast.  Jane dacht daarbij: ‘als er moeilijkheden zijn, is er altijd iemand om je vast te houden’. Ruth daarentegen dacht: ‘wanneer het er werkelijk op aankomt, sta je er alleen voor’. De betekenis die beiden aan deze ervaring gaven en het script dat eruit volgde maakte dat ze op hun zeventigste met eenzelfde probleem totaal anders zouden omgaan. Wanneer de ene zus ernstig ziek wordt, roept ze haar geliefden bij elkaar en vertelt wat er aan de hand is. Ze krijgt dagelijks bezoek en steun. Dat helpt enorm. De andere zus daarentegen houdt haar ziekte zo lang mogelijk verborgen. Haar kinderen komen sporadisch en plichtmatig. Ze voelt zich erg alleen. Het bevestigt haar ervaring van vroeger toen ze ook aan haar lot werd overgelaten.

Leestip: Koopmans Lieuwe,  Dit ben ik, 2012.

Ken je het verschil tussen een anagram en een ambigram?

Een anagram kennen we allemaal: het is een woord dat je kan maken uit de letters van een ander woord. Zo is het woord ‘kakstoel’ samengesteld uit dezelfde letters als ‘koelkast’.  Of ‘collega’ bestaat uit dezelfde letters als ‘collage’. 

Nog een paar leuke voorbeelden:

  • Een anagram voor ‘Statue of liberty’ :  ‘built to stay free’
  • Van  ‘A.Hitler’ kan je als anagram ‘The liar’ maken.
  • En ’ten elite brains’ is een anagram van ‘Albert Einstein’.
  • Sommige bekende mensen gebruiken een anagram om hun pseudoniem te maken: zo is ‘Axl Rose’ (van Guns ’N Roses) een anagram van ‘oral seks’

Een ambigram is een woord dat identiek blijft als je het draait. Het is dus een soort schrift dat je op verschillende manieren kan zien. Er zijn een twaalftal soorten ambigrammen.  Het bekendste is het rotatietype waarbij je een woord ondersteboven kan lezen, bijvoorbeeld ‘nou’ of de tekening ‘ambigram’ hierboven. Of neem bijvoorbeeld het woord TOT, dat je ook in spiegelbeeld kan lezen.

Een amigram is ook leuk als tattoo: bijvoorbeeld ‘creativity’ van ambigramkunstenaar John Langdon

Vanuit welke kant je de tattoo ook ziet, lees je steeds hetzelfde. Je kan op internet zelfs tools vinden om zelf ambigram-tattoos te maken.

Waarom het fout is om gelijk te hebben…

Na de zoveelste reorganisatie begin je stilaan te beseffen dat je je tijd wel hebt gehad. Je snapt nu ook waarom ouderen altijd als betweters overkomen. Zij hebben immers alle soorten reorganisaties al meegemaakt en aan den lijve ondervonden en je weet: wat ze nu weer gaan proberen werkt niet. Het haalde vroeger ook al niet de gewenste resultaten maar dat weten die jongeren natuurlijk weer niet. 

Kennis en gelijk hebben is gebaseerd op ervaring en het verleden. Dat is veilig maar niet mee met de tijd. Het is tegengesteld aan originaliteit. Als je bewijst dat je gelijk hebt, blijf je bij de concrete feiten zoals ze ook vroeger waren en is er geen ruimte voor vernieuwing. Gelijk hebben is bovendien ook vervelend, het sluit je geest af voor nieuwe ideeën en komt betuttelend over.

Maar wat gebeurt er als ervan uitgaat dat je ongelijk hebt. Dat is wat ongemakkelijk en risicovol. Want nu is alles terug mogelijk.  De toekomst ligt terug open en wie weet… misschien is die briljante oplossing die tien jaar geleden afgevoerd werd, nu wel de juiste oplossing. En als dat toch niet zo blijkt te zijn, heb je je toch weer een tijdje jong en avontuurlijk gevoeld.

Leestip: Paul Arden, It’s not how good you are, it’s how good you want to be, Phaidon, 2003.

Ben jij een ‘quirkyalone’?

Een quirkyalone is iemand die graag alleen is, maar in principe niets heeft tegen een relatie. Het punt is dat een quirkyalone liever wacht op de juiste persoon dan te daten enkel om niet meer alleen te hoeven zijn.

De term werd uitgevonden door Sasha Cagen, die er een boek over schreef in 2004: “Quirkyalone: A Manifesto for Uncompromising Romantics”. Het boek had een groot succes en er is een hele beweging rond ontstaan.

Quirkyalones willen vooral zichzelf zijn en zich goed voelen of dat nu alleen is of samen. Ze willen niet wanhopig zoeken naar een koppelrelatie omdat dat nu eenmaal de norm is. In tegenstelling tot singles sturen zij geen boodschappen van beschikbaarheid: hé ik zoek iemand …

Quirkyalones zoeken niet naar iemand, ze zijn al iemand.