Corona zorgt voor knuffeltekort: ‘basorexia’ en huidhonger te lijf

In ‘basorexia’ horen we het woord ‘bas’, dat verwijst naar het Franse werkwoord ‘baiser’ of zoenen. En ‘orexia’ betekent in het Grieks eetlust. Basorexia is dus niets meer of minder dan de drang om iemand te kussen.

Wanneer je iets heel erg mist, wordt de begeerte meestal groter. Als je dus lang niet hebt kunnen of mogen zoenen, kan je veel meer last krijgen van basorexia. Dat is slecht nieuws in deze quarantainetijd.

Een ander mooi woord om het huidige kus- en knuffelgebrek te beschrijven  is ‘huidhonger’. Het wijst op een gemis aan huidcontact. Want aanraken is ook echt een levensbehoefte, zoals eten en drinken. Te vroeg geboren baby’s worden op de blote huid gelegd. Liefdevolle aanrakingen zijn helend. Zo weten we bijvoorbeeld dat knuffelen de productie van oxytocine verhoogt, waardoor je een hogere weerbaarheid hebt tegen stress. Oxytocine wordt niet voor niets het  ‘knuffelhormoon’ genoemd.

We verzamelden enkele suggesties om je oxytocine-tekort op te vangen als je je toevlucht niet kan nemen tot knuffelen of kussen.  Of ze allemaal even goed werken, weten we helaas niet:

  • Knuffel je huisdier;
  • Praat of bel regelmatig met goede vrienden;
  • Geef of ontvang complimenten;
  • Lach, bijvoorbeeld door naar tv-programma’s te kijken die je aan het lachen maken;
  • Luister naar rustgevende muziek, waarvan je blij wordt;
  • Ga wandelen in de natuur;
  • Doe sport of mediteer;
  • Maak oogcontact. Er bestaat zelfs een website waar je een minuut lang in de ogen van een vreemde kan kijken: https://www.human.online/

Hebben jullie nog suggesties om onze basorexia of huidhonger te verlichten?

Verbeter je gewoontes

Maak van geluk een gewoonte” (Emile Ratelband)

Nu we allemaal wat uit ons normale doen zijn door de ‘ophokplicht’ vanwege het Coronavirus is het misschien een goed idee om je gewoonten eens onder de loep te nemen: de goede én de slechte.

Wat zijn je dagelijkse routines? Welke positieve gewoontes mis je? Kan je ze vervangen door alternatieven? Maar nog belangrijker: welke slechte gewoontes zijn er nog wel en kan je die ook veranderen? Nu je toch al uit je normale ritme bent, is deze periode misschien een uitgelezen kans.

Maar hoe ontstaan gewoontes en waarom zijn ze zo hardnekkig? Charles Duhigg legt uit dat het ongeveer 21 dagen duurt om een gewoonte te installeren. Maar eens ze er is, wordt ze als gewoontelus in je hersenen afgedraaid. Deze lus verloopt in drie stappen: eerst is er een signaal -een seintje dat de gewoonte in gang zet-,  daarna is er de routine zelf gevolgd door een beloning. Als deze lus vaak genoeg doorlopen is, ligt de gewoonte min of meer vast. Je hersenen zijn dan als het ware geprogrammeerd.

Hoe ga je dan te werk om je gewoontes te veranderen? Volgens Duhigg is het bijna onmogelijk om de gewoonte uit te roeien maar je kan ze wel veranderen. Dat doe je door het signaal en dezelfde beloning te koppelen aan een nieuwe routine. Stel dat je bijvoorbeeld na een tweetal uur werken moe wordt (het signaal) en dan uit gewoonte even een tussendoortje gaat eten (de routine), waarna je weer energie krijgt (de beloning). Je zou in de plaats daarvan even een praatje kunnen gaan maken met je partner of een andere activiteit zoeken met hetzelfde resultaat.  Hou dan deze nieuwe gewoonte minstens 21 dagen vol.

Mogelijk heb je ook al ontdekt dat bepaalde gewoonten toch als vanzelf verdwenen zijn omdat het signaal zich niet voordoet. Sinds ik thuiswerk is mijn koffiegebruik bijvoorbeeld drastisch gedaald. Doordat ik collega’s geen koffie meer zie drinken, krijg ik zelf het signaal niet meer om telkens koffie te halen…

Leestip: Charles Duhigg, Macht der gewoonte, Waarom we doen wat we doen en hoe we dat kunnen veranderen, Amsterdam, 2015.

Waarom exponentiële groei ons brein te boven gaat

Exponentiële groei is moeilijk te vatten. Een klein experiment: je mag kiezen. Je krijgt elke dag 1000 euro gedurende 30 dagen. Of je krijgt gedurende de volgende 30 dagen de eerste dag één cent, de tweede dag twee cent, de derde vier enzovoort gedurende 30 dagen. Wat kies je?  

Een ander voorbeeld: vouw een stuk papier 50 keer dubbel. Hoe dik wordt het dan? Schrijf je schattig op voor je verder leest. 

Wanneer we ervan uitgaat dat het papier een dikte heeft van 10 millimeter, dan heeft het na 50 keer vouwen een dikte van 100 miljoen kilometer of de afstand van de aarde tot de zon!

En wanneer je dacht om slim te zijn met je keuze voor 1000 euro per dag, ben je er ook aan voor de moeite.  Je hebt dan slechts 30 000 euro. Bij de tweede optie kom je uit op meer dan 10 miljoen euro.

Hoe komt dat?  Bij exponentiële groei wordt het aantal steeds met eenzelfde getal vermenigvuldigd, bijvoorbeeld verdubbeld. In het begin is dat niet zoveel omdat je van weinig vertrekt, maar hoe verder je gaat hoe groter het getal waarvan je vertrekt, waardor het verdubbelen dus een steeds groter impact lijkt te hebben.  Van 2 naar 4 lijkt niet veel maar wanneer we aan 200 zijn is een verdubbeling ineens 400. En als je aan 1000 bent, gaat het ineens naar 2000.

Als je bedenkt dat mensen soms meer dan twee anderen kunnen besmetten, besef je dat het met de exponentiële groei van het coronavirus ook heel snel kan gaan. En dat we dus maar beter in ons kot blijven…

Leestip: Rolf Dobelli, De kunst van het heldere denken, 52 denkfouten die je beter aan anderen kunt overlaten, 2014, Amsterdam.

Zorgt Corona voor een ‘Shinkansen-effect’?

“We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt” (Albert Einstein)

De ‘Shinkansen’ is een netwerk van hogesnelheidslijnen in Japan, waarop de beroemde kogeltreinen (Japanse hogesnelheidstreinen) rijden. Deze nieuwe manier van transport zorgde voor een economische revolutie in het midden van de twintigste eeuw.

Wat is er dan zo speciaal dat we van een ‘Shinkansen-effect’ kunnen spreken?

Toen de Japanners hun treinen wilden moderniseren konden ze ervoor kiezen om de treinen wat sneller te laten rijden op het bestaande netwerk, maar in plaats daarvan kozen ze voor een totaal nieuwe oplossing. Ze gingen  bredere spoorlijnen aanleggen zodat er een totaal nieuw soort treinen op kon rijden, die snelheden haalden van 200 km per uur.  

Een Shinkanseneffect verwijst dus naar een andere manier om problemen op te lossen, namelijk door het patroon te doorbreken dat je tot nu toe gebruikte. Dit vereist dus eigenlijk een mentale sprong. Je moet immers de manier waarop je tot nu toe bepaalde problemen hanteerde volledig verlaten om een nieuwe strategie te vinden.   

Misschien moeten we de manier waarop we bepaalde problemen oplossen eens onder ogen zien en kijken of er ook andere perspectieven of manieren zijn om ons doel te bereiken.

  • Wat maakt ons gelukkig? Hoe blijven we gezond?  Hoe gaan we met elkaar om?
  • Blijven we denken in termen van meer geld, meer consumeren, meer op reis gaan en hopen we dat  techniek en wetenschap alles zal oplossen?   
  • Is de Coronacrisis een opportuniteit om nieuwe (en betere) oplossingen te ontdekken?

Ga op zoek naar je ‘ikigai’

“Alleen wie bezig blijft wil honderd worden” (Japans gezegde)

Nu de wereld door het Corona-virus tot stilstand is gekomen (met uitzondering van de helden die onze gezondheid verzorgen of essentiële diensten blijven voorzien) is het misschien goed om eens stil te staan bij je ‘raison d’être’, je reden van bestaan of wat Japanners je ‘ikigai’ noemen. Ikigai is wat de inwoners van Okinawa kenmerkt. In dat Japanse dorp wonen meer gezonde en actieve honderdjarigen dan waar ook ter wereld.

Garcia en Miralles interviewden de inwoners om te achterhalen wat hun geheim is. Zij verzamelden volgende tien raadgevingen:

  1. Blijf altijd actief met wat je graag doet, ga niet met pensioen
  2. Doe rustig aan want haast is omgekeerd evenredig met kwaliteit van leven
  3. Eet je niet helemaal vol maar stop als je buik ongeveer 80% vol is.
  4. Omring je met goede vrienden en onderhoud je vriendschappen dagelijks
  5. Zorg voor een goede conditie door te bewegen (werk in de tuin, wandel,…)
  6. Lach
  7. Zoek de natuur op
  8. Bedank je voorouders, de natuur, je naasten…
  9. Leef in het nu
  10. Volg je ikigai

Ikigai is daarbij de rode draad die alles kleurt. Het verwijst naar je passie, de zingeving van leven, waarom je ’s morgens wil opstaan.

Het ikigai bevindt zich op het kruispunt van deze vier onderdelen:

  • Waar je van houdt,
  • Wat de wereld nodig heeft
  • Waar je voor wil betaald worden
  • Waar je goed in bent
Ikigai

Als je je ikigai gevonden hebt, doe je wat je graag doet, wat de wereld nodig heeft en waar je goed in bent. Bovendien is het ook waar je voor betaald wordt.

Waar sta jij elke dag voor op? Heb je je ikigai al gevonden? Mogelijk vinden we in het vervolgboek enkele tips voor wie nog op zoek is… Vervolgt dus J

Leestip: Francesc Miralles en Héctor Garcia, Ikigai, Het Japanse geheim van een lang en gelukkig leven, 2016.

De 10 seconden meditatie

“Hoe stiller je wordt, hoe meer je kan horen” (onbekend)

Wat kun je deze dagen nog doen behalve lezen, Netflix kijken en je vervelen? Je kan beginnen met meditatie. Daarbij is de 10 seconden meditatie van Chade-Meng Tan misschien een goed begin. Tan was systeemanalyst bij Google en ontdekte meditatie op zijn 21ste . Hij startte met cursussen meditatie voor Google-medewerkers. Om te bewijzen dat meditatie even nuttig kan zijn als een zoekopdracht op Google ontwikkelde hij een korte oefening.  Immers, wat nodig is volgens Tan, is dat je je ontspant zodat je hartslag omlaag gaat en je de spieren losmaakt.

De oefening gaat als volgt:

  1. Neem iemand in gedachten, bij voorkeur iemand om wie je geeft.
  2. Denk: ik wens deze persoon toe dat hij /zij gelukkig is
  3. Adem drie keer in en uit terwijl je die gedachte vasthoudt.
  4. Doe dit elke dag om: een gewoonte te maken van je wens voor andermans geluk… Daar word je zelf ook gelukkiger van.[1]

Volgens Tan maakt meditatie je vriendelijker en blijer en verhoogt het bovendien ook de creativiteit.

En als meditatie je niet ligt, kun je altijd nog af en toe gaan wegdromen…


[1] Zomorodi Manousch, Een pleidooi voor verveling, Hoe je productiever en creatiever wordt door af en toe weg te dromen, Amsterdam, 2018.

Klagers de baas

Je kunt je ergeren aan van alles en nog wat maar je bent het niet verplicht. (onbekend)

Er is altijd wat om over te klagen.  Misschien betrap je ook jezelf wel eens op klagen, zeuren of brommen want het kan ook wel eens heerlijk zijn om de frustratie de vrije loop te laten. Maar sommige mensen zien vaker wat er niet klopt, wat misloopt of niet deugt en vallen hun medemens om de haverklap lastig met hun geweeklaag. Wat doe je dan?  Luister je geduldig tot het voorbij is? Je kan de klager ook een koekje van eigen deeg geven, een strategische zet doen waardoor de klager spijt krijgt dat hij (of zij J) ooit met het gezeur is begonnen. Hoe ga je te werk? Wijnberg stelt voor om de ‘klaagimplosie’ te gebruiken:

  • Nu hebben ze weer peuken op de grond gegooid. En er liggen ook weeral colablikjes op de stoep.

Ga mee in het klagen en doe er nog een schep bovenop.

  • Ja, verschrikkelijk zeg. Wat voor mensen zijn dat?  Gooien ze thuis ook gewoon alles op de grond? De viespeuken.
  • Ja, echt hé. Die mensen kennen wellicht het concept ‘vuilnisbak’ niet.
  • Schandalig ja. En wedden dat dat ook dezelfde mensen zijn die overal hondenpoep achterlaten. Wist je dat er mensen zijn die hun grote huisvuil ook gewoon bij de buren achterlaten. Nog even en ’t is hier een vuilnisbelt. Dan komen er ook meteen weer ratten.

Draag een absurde of extreme oplossing  aan.

  • Misschien moeten ze toch eens overal verborgen camera’s hangen zodat de boosdoeners gefilmd worden. Dan kunnen ze opgevorderd worden om eens mee te gaan met de vuilniskar. Of hen een taakstraf opleggen. Of zoals een hond hen eens met hun neus in hun eigen viezigheid duwen, bah!
  • Tja, ik denk dat zo’n camera’s niet kunnen vanwege de privacy. En voor een taakstraf moet je ook eerst nog vinden wie de viespeuk was.
  • Tja, maar jij legt wel mooi de vinger op de wonde. Goed dat jij ziet wat er aan de hand is. De hufters.

Stel de klager verantwoordelijk voor de definitieve oplossing van de klacht en blijf doorzeuren over een oplossing tot de klager het opgeeft.

  • Tijd voor actie, denk ik dan. Ik stel voor dat je de stad contacteert om eens te komen kijken. Of misschien kan je een buurtcomité beginnen zodat je met de buren kan afspreken wat eraan kan gedaan worden? Of een petitie?  Is dat wat?  Wat denk je? 
  • Ho ho, ik denk niet dat het aan mij is om daarin actie te ondernemen.
  • Hoezo? Jij ziet de zaken zo scherp. Ik bedoel, het is toch echt rampzalig. 
  • Tja, dat wel maar om daarom ineens de buren op te trommelen of het initiatief te nemen. Nee, dat zie ik echt niet zitten

Laat je teleurstelling blijken over de passiviteit van de klager.

  • Dat begrijp ik nu niet zo goed. Jij zou dat toch perfect kunnen aankaarten? Als je ’t zo serieus meent met je klacht, zou ik toch denken dat je er best iets aan kan doen. Dat valt me nu tegen van jou. Ik vond het net zo goed van je dat je al die zaken zo goed in de gaten had. Nu had ik gedacht dat je krachtdadiger was.
  • Zeg, nu overdrijft je wel hoor.
  • Hoezo, was je klacht dan niet ernstig?
  • Jawel, maar ik heb al spijt dat ik erover begon.

Vind je deze techniek wat al te gekunseld, dan kan je  ook nog willekeurig van onderwerp verwisselen. Dat gaat dan ongeveer zo:

  • Nu hebben ze weer peuken op de grond gegooid. En er liggen ook weeral colablikjes op de stoep.
  • Wat vind jij eigenlijk van die nieuwe plannen om het verkeer in Antwerpen op te lossen?
  • Hm, wat… Ik was nog bezig over het vuilnis op ’t straat
  • Ja, klopt. Maar sowieso vraag ik me af of het belastinggeld niet beter kan besteed worden.
  • Nee, als je daarover begint. Het belastinggeld wordt op zoveel manieren over de balk gesmeten…
  • Ja, en dan vraag ik me ook af wat ze nu met het zomeruur gaan doen…
  • Luisteren kun jij blijkbaar niet hé?  Ik was nog bezig met iets anders.
  • Ja, maar ik denk soms sneller. Vanmorgen zag ik nog in de krant dat er weer een ongeluk met een dronken bestuurder was. Het is toch verschrikkelijk.
  • Tja, ik ben de draad van het gesprek nu kwijt.
  • Geeft niets, ik moet er vandoor. Tot ziens.

Wedden dat klagers voortaan twee keer nadenken voor ze je met hun gezeur lastig vallen…

Leestip: Jeffrey Wijnberg, Verbale intelligentie, 2014.

Adviseren of provoceren?

Soms wil je iemand gerust stellen maar bereik je daar net het tegenovergestelde mee.  Of je geeft raad maar voor elk advies krijg je een nieuw probleem. Het kan ook anders…

Allen Fay vertelt over een vrouw die haar man steevast vraagt om advies over haar kleding en hoe erg de arme man zijn best doet, het antwoord is nooit genoeg. Herkenbaar bij veel mannen waarschijnlijk? De conversatie gaat dan ongeveer als volgt[1]:

“Vrouw: Is deze goed?

Man: Ja, die is goed, prima

Vrouw: Weet je het zeker?

Man: Ja, heel zeker. Ik hou van deze in het bijzonder, maar je ziet er uitstekend uit in al de jurken die je hebt aangetrokken.

Vrouw: Dat is niet zo; aan jou heb ik niets.”

Er werd hem voorgesteld om het eens anders aan te pakken:

“Vrouw: Is deze in orde?

Man: Nee, de achterkant is gekreukt. Hij is ongeveer twee millimeter te lang en ziet er grotesk uit. Bovendien zit er een duidelijk zichtbare vlek op die er vreselijk lelijk uitziet. Daar komt bij, dat de kleur je helemaal niet staat en dat de zoom ongelijk is.

Vrouw: (Lachend) Je bent gek.”

Daarmee wil ik geen pleidooi houden om nu voortaan elke vraag van ons, vrouwen, over kleding te beantwoorden op deze manier. Maar het illustreert wel hoe een beetje provocatie helpt om één en ander te relativeren of je gesprekspartner aan te moedigen zelf oplossingen te zoeken.


[1] Fay Allen, Hoe erger hoe beter, de paradox in de therapie, Haarlem, 1980, blz. 96

Wat hebben bomen en een overvolle tram gemeen?

In een overvolle lift of tram is het een kunst om niet op te botsen tegen je medepassagiers. Het liefst maak je je dan zo smal mogelijk omdat je niet wil dat een onbekende te dichtbij komt.

Bomen gebruiken uiteraard geen lift maar ze delen soms wel een kleine oppervlakte en dan krijgen ze hetzelfde probleem.

Hoe lossen zij dat op? Ze groeien gewoon op een gepaste afstand van elkaar. Dat geeft heel mooie effecten. Er ontstaan een soort gangen tussen de bomen, zoals je kan zien op de foto. Het fenomeen is ook gekend als ‘crown shyness’ of ‘kroonschuwheid’.

Stained glass

Welk script volg je?

“We first make our habits, and then our habits make us” (John Dryden)

Je hebt een bepaalde levensstijl en specifieke gewoontes. Je gebruikt als het ware een eigen draaiboek om je problemen te hanteren. Gelukkig maar, zo hoef je niet altijd opnieuw het warme water uit te vinden. Maar dikwijls ben je al lang vergeten dat  je een soort script volgt en besef je niet dat je ook op een andere manier kan handelen.

Je script ontstaat in je vroege jeugd wanneer je voor het eerst met een bepaald probleem wordt geconfronteerd. Dan doe je een aantal stappen:

  1. Je ervaart iets, bijvoorbeeld: je vader wordt ernstig ziek en je moeder is daardoor helemaal van slag.
  2. Vervolgens geef je een interpretatie: je stelt vast dat ouders niet voor zichzelf kunnen zorgen.
  3. je concludeert daaruit dat jij voor je ouders moet zorgen.
  4. Het is je overtuiging dat het de taak is van kinderen om voor de ouders te zorgen.
  5. Je past je gedrag aan: je gaat jezelf wegcijferen en zorg dragen voor je ouders.
  6. Er komt een reactie op je gedrag: je hoort anderen zeggen hoe geweldig je voor je ouders zorgt.
  7. Je besluit dat je goed bent in het zorg dragen voor anderen.
  8. Het wordt een patroon: ook als de buurvrouw hulp nodig heeft, ben je er voor haar.
  9. Reactie: niet enkel in je familie maar ook in de buurt wordt je geprezen voor je inzet.
  10. Pay-off: er zijn ook negatieve gevolgen, misschien vinden je leeftijdsgenoten je maar saai. Deze nieuwe ervaring start het stappenplan opnieuw.
  11. Interpretatie: je past deze negatieve ervaring in in je nieuwe bestaande wereldbeeld waarin jij de hulpvaardige verzorger bent. Je bedenkt dat je toch wat volwassener bent dan de anderen en dat je je daarom niet veel moet aantrekken van hun kritiek.

Doordat je deze stappen keer op keer doorloopt, wordt het als het ware een vast patroon, een script dat je volgt.  Je interpreteert de gebeurtenissen dan zo dat ze passen in het bestaande wereldbeeld, dat je zo ook voortdurend versterkt.

Een voorbeeld geeft aan hoe eenzelfde vertrekpunt kan  leiden tot twee totaal verschillende scripts:

Een tweeling, Jane en Ruth, werden geïnterviewd over hun ervaringen als kind tijdens de oorlog. Beiden hadden hetzelfde beleefd: als de bommen vielen, liepen hun ouders naar elkaar toe en hielden elkaar vast.  Jane dacht daarbij: ‘als er moeilijkheden zijn, is er altijd iemand om je vast te houden’. Ruth daarentegen dacht: ‘wanneer het er werkelijk op aankomt, sta je er alleen voor’. De betekenis die beiden aan deze ervaring gaven en het script dat eruit volgde maakte dat ze op hun zeventigste met eenzelfde probleem totaal anders zouden omgaan. Wanneer de ene zus ernstig ziek wordt, roept ze haar geliefden bij elkaar en vertelt wat er aan de hand is. Ze krijgt dagelijks bezoek en steun. Dat helpt enorm. De andere zus daarentegen houdt haar ziekte zo lang mogelijk verborgen. Haar kinderen komen sporadisch en plichtmatig. Ze voelt zich erg alleen. Het bevestigt haar ervaring van vroeger toen ze ook aan haar lot werd overgelaten.

Leestip: Koopmans Lieuwe,  Dit ben ik, 2012.