Verken jouw Johari-venster

People who have had little self-reflection live life in a huge reality blind-spot.

(Bryant McGill)

De term “Johari-venster” komt van de twee mensen die het uitvonden: Joseph Luft en Harry Ingham creëerden het model in 1955 om communicatieprocessen te verhelderen. Misschien helpt het jou ook wel…

Het venster bestaat uit vier kwadranten:

Open ruimte: gekend bij iedereen

Dit is het kwadrant van de open communciatie waarin alles open en transparant is zowel voor jezelf als voor anderen.  

Verborgen zone: gekend bij jezelf maar niet bij anderen

Dit is jouw privé domein: de zaken die je verborgen wil houden omdat je je ervoor schaamt of omdat het geheimen zijn of omdat je er gewoonweg voor kiest om het niet te delen.

Blinde vlek: gekend bij anderen maar niet bij jezelf

In dit kwadrant zitten zaken waar je je zelf niet van bewust bent, zoals je lichaamstaal of gedrag.   Bijvoorbeeld dat je je wenkbrouwen fronst of dat je een stopwoord gebruikt en hoe dat bij anderen overkomt.

Zwarte gat: niet bekend bij jezelf en ook niet bij anderen

In dit kwadrant bevinden zich de zaken die je misschien verdrongen hebt, zoals trauma’s. Ze kunnen wel een impact hebben op de communicatie.

Hoe kan je dit venster gebruiken?

Je open, transparante communicatie kan vertekend worden door de andere kwadranten. Misschien wil jij een bepaalde boodschap geven, maar geef je non-verbaal vanuit je blinde vlek een tegenovergesteld signaal. Een positieve boodschap kan door een zure gelaatsuitdrukking totaal verkeerd overkomen en tot misverstanden leiden. Daarom is het belangrijk om eens na te gaan wat er precies in elk kwadrant zit en hoe het je communicatie beïnvloedt.

In het eerste kwadrant is alles open en transparant.  Er zijn weinig of geen communicatieproblemen. What you see is what you get. Hoe veiliger je je voelt in een relatie, hoe groter dit gebied kan worden. Maar besef dat er mensen zijn die je uitnodigen om open en transparant te zijn als manipulatietruc.  Wat ze tonen aan anderen is misschien een masker, zoals bij narcisten die de charmante persoon spelen, en de echte persoon verbergen. Hun open ruimte is eigenlijk heel klein.

Bij het tweede kwadrant is het belangrijk voor ogen te houden dat wat je verborgen houdt, misschien toch wel invloed kan hebben op de communicatie. Misschien heb je privé problemen en houd je die verborgen op je werkplek. Maar daardoor ben je misschien kortaf en nukkig. Het helpt dan om je collega’s te vertellen dat je het privé even moeilijk hebt, zodat ze je gedrag juist kunnen interpreteren.

Om je blinde vlekken beter te leren kennen, kun je feedback vragen aan je omgeving. Welke tics, onhebbelijkheden zien ze? Hoe kom je over op anderen? Misschien ga je luider praten omdat je je onzeker voelt, maar komt dat net heel dominant over. Als je je blinde vlekken zo wat beter kent, kun je er ook iets aan doen zodat je niet meer fout overkomt.

Het vierde kwadrant is het moeilijkste omdat het voor jezelf en anderen verborgen is. Maar het kan wel invloed hebben. Gedraag je je soms op een onverklaarbare manier of ben je boos zonder dat je begrijpt waarom. Je zwarte gat speelt je dan misschien parten.

Schrijven

Hoe de wet van aantrekking voor mij werkte…

“Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts geleefd worden.” (Soren Kierkegaard)

Het boek ‘The secret’ van Rhonda Byrne was een enorme hype en serieus overroepen, dacht ik. Het boek lijkt je wijs te maken dat je enkel je intentie in de wereld moet zetten en je doel visualiseren en dan zal fortuin en geluk je deel worden! Ik was ervan overtuigd dat de verhalen over mensen die plots veel geld verdienen of alles krijgen wat ze willen niet meer waren dan een marketingstunt.

Tot het mij overkwam… Om precies te zijn een maand geleden kreeg ik bericht van Borgerhoff & Lamberigts dat ze graag mijn boek wilden uitgeven. Wie had gedacht dat het zo snel zou gaan?

Pas toen zag ik het proces dat eraan vooraf gegaan was. Alles begon met een NLP-opleiding waarin ik visualiseerde wat mijn levensdoel is. Daarna startte ik samen met een vriendin de weblog ‘vlindereffecten’. Vanuit mijn passie om inzichten uit boeken te delen, kreeg ik de smaak van het schrijven te pakken. Maar het ging pas echt van start toen ik met schrijfcoach Peter Percival in zee ging. Toch lukte alles niet meteen. Terwijl mijn eerste manuscript nog bij een uitgever lag ter evaluatie, begon ik een tweede boek … dit keer enkel voor mijn plezier en vanuit mijn passie. Na 3 maanden wist de uitgever nog steeds niet of ze mijn eerste manuscript ging uitgeven… hield ze me aan ’t lijntje? Ik besloot mijn tweede manuscript naar drie andere uitgevers te sturen. En zie… het wonder geschiedde!

Achteraf gezien kan ik wel ontdekken hoe mijn focus alsmaar verbeterde en alles op één lijn kwam te staan. Misschien is dat wat bedoeld werd met de ‘wet van aantrekking’. Ik snap nu dat ik op een gegeven moment de negatieve denkbeelden (dat het toch nooit zal lukken, dat ik niets te vertellen heb,…) heb losgelaten en gewoon meer en meer ben gaan leven vanuit wat ik graag doe. En dat ik ook over mijn schroom stapte om hulp te vragen van de juiste mensen. Het bracht alles in een stroomversnelling.

Overigens is het ook wel belangrijk om in te zien dat de ‘wet van aantrekking’ altijd werkt, ook als je negatief denkt. Als je denkt dat je nooit iets zal bereiken, saboteer je je eigen pogingen. Ken je ook mensen die het ene ongeluk na het andere opstapelen? Wat was hun focus en waarop was hun aandacht gericht?

Met de wet van aantrekking zet je dus niet een of andere deus ex machinus in gang die je op een magische manier fortuin en geluk brengt. Maar doordat je aandacht en focus beter gericht zijn, zie je meer kansen en vind je gelijkgezinden, die je kunnen helpen.

Hoe heeft de wet van aantrekking al voor jou gewerkt?

Leestip: Romilla Ready, Kate Burton, NLP voor dummy’s, BBNC-uitgevers, 2016 (gratis te downloaden voor kobo-abonnees)

NLP of ‘neuro-linguistisch programmeren’ is een verzameling van communicatietechnieken waarmee je jezelf kan ontwikkelen en je communicatie kan verbeteren.

Foto Veerle Dobbelaere

Meer geluk, rust en veerkracht door te ademen…

“Het enige wat je hoeft te doen om zowel de putten in de weg te zien als de bloemen langs de kant, is elke dag een moment nemen om te ademen” (Veerle Dobbelaere)

Veerle Dobbelaere kennen we als actrice in tal van films en feuilletons, maar wist je ook dat ze als sinds 2009 life- en mental coach is? Als je wel eens te snel door het leven raast of ademruimte nodig hebt, ben je bij haar aan het goede adres.

In haar boek ‘ademruimte’ geeft ze 12 wetenschappelijk onderbouwde methoden om meer ademruimte te creëren. De voordelen zijn groot: meer balans, minder stress, meer focus en veerkracht.  Er zitten ook oefeningen bij om je perspectief te verbeteren of je relatie te versterken. Of je kan ademruimte nemen om jezelf beter te leren kennen. Wat daarbij ook fijn is, is dat ze ook haar persoonlijke ervaringen deelt.

Veel technieken vind je ook in andere boeken, maar ze weet het op een heel heldere manier uit te leggen. Zo wordt meteen duidelijk hoe en waarom het werkt. Over mindfulness bijvoorbeeld:

“Ik vergelijk het met ‘aan de kant van de weg gaan zitten.’ Neem een denkbeeldige stoel en ga zitten. Je zit aan de rand van de weg, een landelijk weggetje waar fietsers voorbijrijden. Soms zijn het er veel en komen ze in grote groepen, soms is het rustiger en rijdt er een enkeling langs. Sommigen blijven voor je staan en stappen even af om water te drinken, zich in te smeren met zonnecrème of een ander ongemak te verhelpen. Die fietsers zijn jouw gedachten. Door jezelf aan de kant van de weg te zetten, vereenzelvig je je niet met je gedachten maar leer je ernaar te kijken. En dat schept ruimte die je soms nodig hebt om je bewust te zijn van wat je allemaal denkt, om te kunnen kiezen welke gedachte je werkelijk vooruithelpt.”

Je kan bij het boek ook een aantal audiofragmenten gebruiken om je door de aangename stem van Veerle te laten begeleiden.  

En nu ons welzijn zo onder druk staat, heeft Veerle ook een heel nieuw online programma uitgewerkt ‘Ademruimte Academie’. Je kan er zelfs een ‘in 7 stappen meer geluk en minder onrust’- pakket kopen om cadeau te doen aan je vrienden of collega’s.

Leestip: Dobbelaere Veerle, Ademruimte, Hoe anders ademen je leven kan verbeteren, Van Halewyck, 2019.

Veerles website: ‘Ademruimte Academie’

Waarom we slapen

Waarom we slapen…

“Slapen is geen geringe kunst: je moet er de hele dag voor wakker blijven.” (Friedrich Nietzsche)

Het ‘schone slaapster syndroom’ bestaat echt. Het is is ook gekend als het Kleine Levin Syndroom, een neurologische aandoening waardoor je extreem moe bent en soms wel 20 uur na elkaar kan slapen. Gelukkig hebben maar heel weinig mensen hier last van.

Maar ook zonder aandoening brengen we ongeveer één derde van ons leven slapend door. Matthew Walker is een neuroloog die al meer dan 20 jaar slaap bestudeert. Volgens hem zijn de gevolgen van slaaptekort gigantisch:

  • Als je te weinig slaapt, ben je minder aantrekkelijk.  Men spreekt niet voor niets over een ‘schoonheidsslaap’.
  • Je capaciteit om te leren en nieuwe informatie op te nemen daalt. Volgens Mathew Walker is slaapdeprivatie zelfs een determinerende factor bij het ontstaan van Alzheimer. Het is zo dat wanneer we ouder worden, we minder slapen én daardoor ook minder goed kunnen onthouden. Het is dan ook een mythe dat ouderen minder slaap zouden nodig hebben.
  • Je emotionele stabiliteit daalt drastisch bij slaapgebrek.
  • Je seksleven en je capaciteit om kinderen te krijgen lijdt eronder, want slaapgebrek heeft een effect op je sekshormonen. Mannen die slechts 5 tot 6 uur slapen hebben bijvoorbeeld dezelfde hoeveelheid testosteron als mannen met een leeftijd van 10 jaar ouder dan zijzelf. Hetzelfde fenomeen zien we bij vrouwen.
  • Je hart lijdt onder slaapgebrek: op wereldschaal is er een toename van hartaanvallen met maar liefst 24% op het moment dat men overschakelt van winter- naar zomeruur. Maar wanneer we terug een uur slaap winnen – bij invoering van het winteruur – daalt dat aantal terug met 21%.
  • Het aantal verkeersongevallen en zelfmoorden stijgen en zelfs straffen van rechters zijn strenger op de maandagen dat mensen een uur slaap minder hadden na invoering van het zomeruur.

Redenen genoeg dus om te zorgen voor een goede slaap. Tijdens diepe slaap worden al je lichamelijke functies zoals je hart en bloedvatensysteem en je immuunsysteem ge-reset. Tegelijk worden je herinneringen verankerd in je geheugen. In de REM (Rapid Eye Movement)- fase of je droomfase krijgen je herinneringen van de dag bovendien de kans om te associëren met andere herinneringen in je geheugen. Daar zit ook een bron voor creativiteit. Sommige mensen kunnen zelfs ‘lucide’ dromen hebben. Dan droom je en weet je tegelijk dat je aan ’t dromen bent.  Als je daar vaardig genoeg mee bent, kan je je dromen bewust gebruiken om avonturen te beleven, jezelf beter te leren kennen, creatief problemen op te lossen, inspiratie te vinden of jezelf te genezen van allerlei kwalen.

Leestips:

Walker Matthew, Slaap, Nieuwe wetenschappelijke inzichten over slapen en dromen, de Geus, 2018.

Matthew Walker op youtube:

Tuccillo Dylan, Zeizel Jared en Peisel Thomas, Lucide dromen, Zo doe je dat, Lannoo, Tielt, 2013.

Thuiswerken met je collega naast je

“In slaap vallen tijdens een vergadering kan nu gewoon in bed.” (Loesje)

Mis jij ook je collega’s als je thuis werkt? Meetingapps kan je ook gebruiken om op een ander scherm je collega virtueel naast je te zetten. Met wat verbeelding lijkt het alsof je dan samen op kantoor zit.

Hoe wij te werk gaan? We hebben elk onze werk-pc en daarnaast staat een ander toestel met de meetingapp. Op die manier heb je stille aanwezigheid van je collega naast je alsof in één kamer zit.  En zo heb je altijd een supporter naast je als ’t werk even tegenvalt:  ‘Verdorie, mijn programma blijft hangen…’ en ook iemand om je leuke momenten mee te delen: ‘Ik ontvang net een mailtje van de klant dat hij heel tevreden is met ons onderzoek’. Bovendien kan je ook gewoon samen koffie drinken of even pauzeren.

En als één van ons beiden een andere meeting heeft, zetten we ons gezamenlijke linkje op mute. et Het is al voorgekomen, dat ik tijdens zo’n vergadering even advies ging vragen aan de collega naast me.  Met verblufte gezichten als gevolg: ik zat in twee meetings tegelijk… Handig toch!

Ondertussen is ons gezamenlijk plekje zo ingeburgerd dat er zelfs andere collega’s op bezoek komen om iets te vragen over een dossier of gewoon om even te komen buurten.

Voor mij mag thuiswerk nog wel een tijdje doorgaan, maar ik wil toch ook wel eens naar kantoor om ook de andere collega’s te zien in een live teammeeting.   

Denk je snel of traag?

“Sometimes you need to slow down to go fast.” (Jeff Olson)

Psychologen wisten al langer dat we op twee manieren denken, namelijk op een eerder associatieve manier en op een meer berekende, analytische manier.  Maar Daniel Kahneman zette de twee systemen echt op de de kaart. De associatieve denkstijl noemt Kahneman systeem 1 of het snelle denken. Typisch voor deze manier van denken is dat je er eigenlijk niet bij ‘nadenkt’, het gebeurt als het ware intuïtief en snel. Denk bijvoorbeeld aan autorijden of 2 optellen bij 2. Je kan dat soort denken gerust combineren met nog iets anders, bijvoorbeeld met je vriendin praten terwijl je autorijdt. Maar als je pas leerde rijden, gebruikte je systeem 2 waarbij je alles nog moest beredeneren: welke voet je gebruikt voor de gas en de remmen en wanneer je schakelt. En als je 15 wil vermenigvuldigen met 3, zal je ook meer moeten nadenken, dus dan gebruik je ook systeem 2.

Systeem 1 is dus je onbewuste en intuïtieve geest.  Alles werkt op basis van gevoelens, indrukken en ingevingen en routine en daarom is deze manier van denken subjectief. Maar het is wel snel en je moet er weinig moeite voor doen.

Systeem 2 daarentegen is je rationele, denkende brein dat analyseert en afweegt. Je kan het enkel  gebruiken mits je geconcentreerd en aandachtig bent. Daarom is het objectief en je hebt het ook beter onder controle dan systeem 1, maar het werkt wel veel trager.

Zo zal je met systeem 1 vaker fouten maken. Met systeem 1 kies je bijvoorbeeld sneller voor iets dat je al kent gewoonweg omdat het vertrouwd aanvoelt. Maar is dat daarom ook beter? Als je de tijd krijgt om erover na te denken met systeem 2, en alle voors en tegens afweegt, zal je misschien beseffen dat de minder gekende optie beter was. Maar wat als systeem 2 overbelast is omdat je nadenkt over je bugetplan of omdat je chef je aandacht eist voor een dringend probleem? Op dat moment loop je best niet naar de koelkast om een tussendoortje te halen. De kans dat het chocoladetaart wordt (impulsief vanuit systeem 1) is groter dan dat het een gezond stukje fruit wordt. Omdat je systeem 2 al bezet is, kun je de overweging immers niet maken om op je gewicht te letten.

Wist je overigens dat reclamemakers gebruik maken van onze onbewuste associaties uit systeem 1?  Met Kahneman werd duidelijk dat consumenten vaker kiezen op een intuïtieve manier. De consument is niet de ‘rationele beslisser’, zoals de oude economen dachten.  En zo kunnen marketeers gebruik maken van de associatieve netwerken om hun product aan te prijzen…

Leestip: Daniel Kahneman, Ons feilbare denken, Thinking, fast and slow, Amsterdam, 2011.

Het einde van het ‘pleonexia’-tijdperk?

“Wat we moeten doen is een veilige manier vinden om elkaar stevig te omhelzen” (Paul Verhaeghe)

De term ‘pleonexia’ komt van Aritistoteles en verwijst naar ongebreidelde groei.  Het is een soort ziekte, een onvezadigbare wens om altijd meer te verwerven… meer geld, meer bezit, meer macht…  De huidige coronacrisis kan erop wijzen dat ons ongebreideld consumentisme niet meer houdbaar is. Misschien moeten we de raad van Aristoteles terug ter harte nemen. Namelijk dat we het goede leven kunnen vinden door te kiezen voor het ‘juiste midden’.  Zo is ‘goed’  een afweging tussen ‘te veel’ en ‘te weinig’. Moed is het midden tussen lafheid en roekeloosheid. En spaarzaamheid is het midden tussen gierigheid en verkwisting. Door terug te kiezen voor het goede in plaats van altijd meer te willen kunnen we misschien beter uit de crisis komen.

In zijn boek ‘Houd afstand raak me aan’ plaatst Paul Verhaeghe de oorzaak én de gevolgen van de pandemie in een ruimere context. Hij betoogt dat we andere keuzes moeten maken op het vlak van economie, milieu en ten opzichte van elkaar.

Met andere woorden: de wereld staat op zijn kop maar we kunnen er beter uitkomen.

Leestip: Paul Verhaeghe, ‘Houd afstand raak me aan’, De bezige Bij, Amsterdam, 2020.

Heb jij ook last van ‘askholes’?

“The best advice I’ve ever received is: ‘No one else knows what they’re doing either’. (Ricky Gervais)

Askholes zijn mensen die voortdurend raad vragen maar uiteindelijk net het tegenovergestelde doen van wat je adviseerde. Dikwijls zijn het ook mensen die vragen stellen om de conversatie gaande te houden of aandacht te krijgen. En als jij antwoordt op hun vraag, dwalen ze af met hun gedachten, om daarna gewoon hun zin te doen.

Een van je vriendinnen is vrijgezel en vraagt je telkens opnieuw advies over hoe ze een geschikte partner zou kunnen vinden. Wat je ook voorstelt, niets lijkt haar te helpen. Ze neemt ook geen enkel initiatief, ze blijft gewoon klagen en aandacht vragen. Je bent het zat.

Hoe ga je met zo’n askhole om? Misschien wat provoceren en humor gebruiken? Dat zou er zo kunnen uitzien:

“Ik ben nu al bijna 30 en ik heb nog altijd geen lief. Het is hopeloos, ik vind nooit meer iemand. Wat denk je dat ik nog zou kunnen doen?”

 “Tja, als ik jou was zou ik nu toch eens nadenken over de voordelen van het vrijgezellenschap. Uiteindelijk doe je je zin, je hebt van niemand last. Ik vind dat je er gewoon maar eens van moet gaan genieten.”

Maar een askhole geeft niet zomaar op…

“Wat bedoel je? Besef je niet hoe eenzaam ik me voel? Wat doe ik daar dan mee?”

“Tja, dat is echt wel hopeloos hoor, ik denk dat je enkel maar in een hoekje kan gaan zitten huilen en wachten tot het overgaat. Ik zette vroeger triestige muziek op, zo kon ik me nog beter inleven in mijn verdriet. Eens goed huilen lucht ook wel op, denk ik.”

“Pff, aan jou heb ik ook niks”.

Wedden dat de askhole je voortaan met rust laat…  Of nog beter: misschien gaat ze eindelijk zelf eens initiatief nemen.

Leestip: boeken van Jeffrey Wijnberg over ‘provocatief coachen’.

Wat is jouw verhaal?

“Om te overleven, moet je verhalen vertellen.” (Umberto Eco)

Wat vertel je jezelf? Wie ben je? En wat herhaal je keer op keer voor jezelf? Wat zijn je omstandigheden? Je problemen. Welke keuzes heb je gemaakt?

Maar heb je je wel eens afgevraagd of het wel klopt? Dat je het moeilijk hebt of dat je nu eenmaal ongeluk hebt. Dat je angstig bent of depressief? Gedoemd om alleen te blijven… en ga zo maar door.

Misschien heb je in het verleden niet zoveel geluk gehad, heb je het zwaar gehad, maar daarom hoeft dat de toekomst niet te bepalen… Je kan op elk moment je verhaal veranderen. De toekomst hoeft immers niet gelijk te zijn aan te verleden. Tenzij als je je oude verhalen steeds blijft herhalen. Want dan vormen ze een soort onbewust programma dat je leven verder zal blijven bepalen.

Hoog tijd dus om een nieuw verhaal te verzinnen. Wie wil je zijn? Wat wil je bereiken? Wat zijn je dromen voor de toekomst?

Joe Dispenza legt uit hoe onze hersenen het verschil niet zien tussen wat er werkelijk buiten ons gebeurt (bv. een leeuw die ons kan opeten) en wat we denken (bv. angstige gedachten voor de toekomst). Als je dus piekert en negatief denkt, zullen je hersenen stress-signalen sturen en je lichaam in paraatheid brengen, alsof er een echte dreiging is. Maar je kan dit mechanisme ook omgekeerd gebruiken, door jezelf positieve verhalen te vertellen zodat je hersenen en lichaam reageren op deze positieve signalen. En als je gedachten en je gevoelens in overeenstemming brengt met wat je wil zijn, met je dromen en ambities, zullen deze nieuwe verhalen je toekomst gaan vormen. Wie weet wat voor moois er dan voor je weggelegd is?

Of in de woorden van Dispenza: ‘Als je eenmaal de gewoonte jezelf te zijn doorbreekt en je daadwerkelijk je denkwijze verandert, zal je leven nooit meer hetzelfde zijn!”

Leestip: Joe Dispenza, Doorbreek de gewoonte jezelf te zijn,  Hoe je je oude, vertrouwde ‘zelf’ kunt loslaten en een nieuw ‘zelf’ kunt creëren, Succesboeken.nl, 2021.

Spelen deze denkfouten jou soms ook parten?

“Don’t think too much. You’ll create a problem that wasn’t even there in the first place.” (Sukhraj S. Dhillon)

Bepaalde gedachtenpatronen kunnen je een slecht gevoel geven zonder dat je het beseft. Ze kunnen je zelfs in een negatieve spiraal brengen zodat je steeds meer gaat piekeren.  Maar als je inziet dat deze gedachten geen grond hebben, kan je er komaf mee maken.

Denken in termen van alles of niets: iets is goed of slecht, wit of zwart. Iets ertussen bestaat niet. Ben je een mislukking omdat één presentatie niet goed liep?  Zijn alle mannen egoïstisch en alle vrouwen emotioneel? Geloof je dat je waardeloos bent als je slecht geslapen hebt?  Zal je de liefde nooit vinden als je zo dik blijft?

Dit soort denken zorgt ervoor dat je in een soort dwangbuis terecht komt. Er is geen uitwijkmogelijkheid meer, je bent een mislukking of een slechte slaper en je kan daar niets tegen doen. Alles behalve goed voor je zelfbeeld dus.

Hoe zet je deze fouten weer recht?

Zoek tegenvoorbeelden. Als je zegt dat alle zwanen wit zijn, volstaat het om een zwarte te vinden om je stelling te ontkrachten. Is één presentatie voldoende om te besluiten dat je een mislukking bent? Of heb je af en toe ook goede prestaties neergezet? Hebben echt alle dikke mensen hun kans op de liefde verkeken? Ken je gelukkige dikkerds?

Rampdenken: het ergste zal je overkomen. Ga je ervan uit dat als je deze job niet krijgt, je nooit meer een goede job zal vinden? Dat je na deze relatiebreuk nooit meer gelukkig zal zijn? Dat je nooit meer iemand zal vinden?

Met deze manier van denken spiegel je jezelf een rampzalige toekomst voor, wat ook allesbehalve goed is voor je goede humeur.

Hoe reken je af met rampdenken?

De rampzalige variant is slechts één mogelijk toekomstbeeld. Wat zijn de andere mogelijke uitkomsten? Bekijk eens wat er nog allemaal zou kunnen gebeuren, zodat je je niet blindstaart op die ene rampzalige uitkomst.

Gedachten lezen: denken dat je weet wat een ander denkt. Wat betekent het als je partner deze keer zijn berichtje niet heeft afgesloten met een kruisje? Dat ze je niet meer graag ziet? Geloof je dat je baas denkt dat je eigenlijk niet genoeg bijdraagt aan het team? En vinden de buren dat je een lastig mens bent?

Zo maak je jezelf misschien ongelukkig om wat mensen over jou denken, maar denken ze dat ook werkelijk of heb je enkel hun gedachten gelezen?

Hoe ontkracht je deze denkfout?  

Doe de check en vraag hen wat het betekent als je partner zijn kruisje vergat of toen jouw baas zijn wenkbrouwen fronste. En ga een gesprek aan met de buren. Hebben ze ergens last van?

Denken in termen van ‘moeten’: vind je ook dat je altijd moet voldoen aan eisen van anderen? Of aan je eigen hoge standaarden?  Vind je dat je de perfecte huisvrouw, ouder of werknemer moet zijn?  Dikwijls is dit denken ook een gevolg van de vorige fouten: als ik dit niet perfect doe, ben ik waardeloos (alles of niets-denken).  Of je denkt dat een minder perfecte uitvoering er toe zal leiden dat je jezelf belachelijk maakt (rampdenken).

Wie perfectionistisch is, maakt het zichzelf wel erg lastig. Het zal nooit goed genoeg zijn en toch ‘moet’ het.

Hoe ontkom je aan dit perfectionistisch denken en de dictatuur van het ‘moeten’?  

Vervang ‘moeten’ eens door ‘willen’ en voeg eraan toe hoe je dat op een realistische manier kan invullen: ik wil wel een perfecte huisvrouw zijn, maar ik wil ook wel toekomen aan wat ontspanning. Vraag jezelf af welke denkfouten er schuilen achter jouw ‘moeten’ en reken ermee af.