‘Liminaliteit’: in limbo tussen oud en nieuw.

Kende je het woord ‘liminaliteit’ al? Wij niet. Het woord komt uit antropologie. Als mensen in een overgangsritueel van het ene stadium naar het andere gaan, zijn op een bepaald moment in ‘liminaliteit’, dat wil zeggen dat ze op het grenspunt zitten tussen hun oude status en de nieuwe.

Bijvoorbeeld bij een communie, een huwelijk, een doop,… is er altijd een overgang van één status naar een andere. De Franse antropoloog Arnold Van Gennep stelt dat er bij zo’n overgangsrituelen drie fases zijn:

  • de afscheiding, waarbij men afscheid neemt van de vorige status (denk bijvoorbeeld aan vrijgezellenfeesten)
  • de liminaliteit: een soort rituele dood en nieuwe geboorte (de plechtigheid van de trouw zelf)
  • herintrede: waarbij men een nieuwe status krijgt (het gehuwde leven)

Een mooi voorbeeld van liminaliteit is een studentendoop: op het moment van de ontgroening is men al geen buitenstaander meer, maar toch ook nog geen volwaardige student. Men zit in een soort tussenfase.

Liminaliteit is dus een soort ’twighlight zone’, wanneer het oude er niet meer is, maar het nieuwe ook nog niet bestaat.

Het concept liminaliteit past ook op hele samenlevingen die door een plotse crisis gaan, zoals revoluties, epidemieën,…  Het is een periode met veel twijfels en chaos, waarbij radicale vragen worden gesteld. Tegelijk is er ruimte voor veel creativiteit en nieuwe oplossingen.

Wat we nu doormaken kan dus aanzien worden als een liminale periode. Verschillend met de overgangsrituelen zoals huwelijk en doop enz. is dat er geen ceremoniemeester is die het proces goed begeleidt en dat we niet precies weten in welke nieuwe status we zullen terecht komen…

Gaan we naar een ‘zorgende economie’?

Riane Eisler zei het zes jaar geleden al. Het wordt tijd voor een ‘zorgende economie’. Riane vraagt zich af wat de werkelijke indicatoren zijn voor groei en welzijn. Ze stelt vast dat de economische groei vandaag niet echt meet wat ons welzijn bepaalt.  Zo zijn oorlogen, meer gevangenen, meer zieken,… allemaal goed voor de economische cijfers. Immers, er wordt veel geld verdiend met de verkoop van wapens, het privé beheer van gevangenissen en de verkoop van geneesmiddelen. Zelfs milieurampen leveren winst op. Denk maar aan de opbrengsten voor kuisbedrijven, juristen, enz.

Maar wat met de winst aan welzijn door zorgtaken voor ouderen, kinderen, zieken, gehandicapten, … waar talrijke huismoeders en –vaders, zorgers en vrijwilligers zich dagelijks voor inzetten. En wat met de zorg voor de natuur? Die winsten wordt amper in de economische cijfers opgenomen. Riane zegt dat dit soort taken eerder ‘vrouwelijke’ taken zijn (ook als ze door mannen worden uitgevoerd). En dat soort taken werd volgens haar vanuit de geschiedenis en het ‘dominantie-model’ altijd al stiefmoederlijk behandeld.

Ze stelt daarom voor om als maatschappij meer waarde te gaan hechten aan wat zorgende mensen voor ons en de omgeving doen en dat ook te weerspiegelen in de economische indicatoren. Dan zijn niet niet enkel wapenverkoop, sigarettenverkoop en het massaal plunderen van onze natuur verantwoordelijk voor het economisch succes maar ook zorg voor elkaar en de natuur.

Nu we in deze tijden merken hoe we afhangen van al die zorgverleners, is haar verhaal actueler dan ooit!

Leestip: Eisler Riane, Creating a real Wealty economy,  From Phantom Wealth to a Wiser Future for All Humanity, 2014.

Bronnen over destructieve relaties, narcisme, psychopathie.

Jan Storms, Destructieve relaties op de schop, Ankhermes, 2014.

Jan Storms begeleidt mensen bij het herstellen van de schade die zij hebben opgelopen in destructieve relaties en traint beroepsmensen in het herkennen en hanteren van psychopathie. Hij heeft een achtergrond in de vedische wetenschap, de wetenschappelijke en spirituele traditie van het oude India, en bestuurde een rist van klassieke en moderne disciplines in het licht van de fundamenten van kennis.

Dit boek is een standaardwerk op het gebied van psychopathie, met alle basisinformatie.

Ik vond dit boek zelf vooral goed omdat hij een goede inkijk geef in de wereld van de psychopaat. Het is ook een eye-opener voor mensen die nog niet bekend zijn met de materie. Hij legt uit hoe manipulatie werkt, hoe destructief het is en hoe je je kan verdedigen.

Bart Renaer & Ana-Magdalena Zainea, In de greep van een light psychopaat, Bevrijd jezelf en leef het leven dat jou toebehoort…, Witsand Uitgevers, 2018.

Bart Renaer en Ana-Magdalena Zainea zijn geliefden en ouders en werken samen om prooien van light-pyschopaten te ondersteunen en te empoweren. Bart is master in de Psychologie en Ana-Magdalena is bachelor Culturele en Maatschappelijke Vorming. In hun werk kijken zij vanuit verschillende invalshoeken naar situaties en versterken elkaar daarom.

In dit boek leer je hoe je light-psychopaten kan herkennen onder hun masker en vooral: hoe je jezelf kan beschermen tegen hun vernietigende invloed.

Ik vond dit boek vooral goed omdat de schrijvers vanuit eigen ervaring (beiden waren zelf ook slachtoffer) beschrijven hoe ingrijpend een relatie met een ‘light psychopaat’ kan zijn en wat het verwoestende impact op slachtoffers is. Er staan ook veel goede tips in, bijvoorbeeld voor als je samen met een narcist kinderen hebt.

Iris Koops, Het verdwenen zelf, Herstellen van narcistische mishandeling, Werkboek, Den Haag, 2016.

Door narcistische mishandeling raak je vervreemd van jezelf. Maar je Zelf is er nog wel. Ergens, diep verborgen. Dit werkboek helpt je de verbinding met jezelf te herstellen. De schrijfster, zelf ook slachtoffer, ontleedt wat er precies gebeurd is en vertelt hoe je je kunt wapenen aan de hand van opdrachten voor herstel.

Ik vond dit boek goed omdat er heel wat herkenbare situaties, gesprekken,.. in worden opgenomen. De concrete opdrachten helpen slachtoffers zichzelf terug te vinden.

Mjon van Oers, Voorbij het narcisme, In je relaties, familie en werk. AnkhHermes, 2016.

Mjon van Oers is specialist op het gebied van narcisme. Zij is sinds 1992 zelfstandig auteur / journalist en schrijft (ook) over bewegen, gezondheid, mens en relaties.

In dit boek laat ze op een heldere manier zien hoe narcisme invloed kan hebben op alle facetten van het leven én wat je kunt doen om jezelf te beschermen. Van een narcistische ouder tot leidinggevende, van een narcistische partner tot de CEO: narcisme komt overal voor.

Ik vond dit boek goed omdat het ook alle facetten belicht en duidelijke informatie over het onderwerp geeft.

Thomas Erikson, Omringd door psychopaten, Herken de manipulator in je omgeving, Beter communiceren met collega’s, vrienden en familie, Harper Collins, 2019.

De Zweed Thomas Erikson is gedragsdeskundige en coach. Hij gebruikt het kleurenmodel van Carl Jung om je persoonlijkheid te definiëren en onderzoekt hoe je door manipulatieve collega’s, vrienden of familieleden gemanipuleerd kan worden en wat je daartegen kan doen.

Ik vond dit boek goed omdat er ook in werksituaties, met vrienden enz. slachtoffers van psychopaten zijn en dit komt hierin aan bod. Hij legt bovendien aan de hand van concrete situaties haarfijn uit hoe zo’n psychopaten en narcisten je in de val lokken.

Emelie Van Laar, Het interview met de Narcist, Hoe narcistisch misbruik werkt in het hoofd van de narcist, Uitgeerijwereldboeken.nl, 2019.

Deze schrijfster interviewt een aantal narcisten en psychopaten. Ze vertellen hoe zij hun slachtoffers geestelijk liquideren, manipuleren en welke middelen ze gebruiken. Ze vertellen hoe ze doelbewust hun slachtoffers neerhalen en waarom deze mishandeling voor hen zo belangrijk is.

Ik vond dit boek goed omdat het een unieke inkijk geeft in het denken van narcisten en psychopaten. Voor wie nog hoop had, dat er ooit liefde terugkomt van een narcist of psychopaat, is dit misschien wel een eye-opener.

Wendy Behary, Waarom gaat het altijd over jou? Omgaan met narcisme en egocentrisme bij anderen, Hogrefe Uitgevers, 2016.

Wendy is oprichter en klinisch directeur van het Cognitive Therapy Centre of New Jersey. Dit boek is voor wie op het werk of privé met narcisten of psychopaten te maken heeft en het contact niet kan vermijden. Ze geeft weer hoe eenzaam die mensen kunnen zijn en hoe je langs hun verdedigingsmuren kunt komen door empatisch te communiceren. Ze geeft enkele praktische strategieën die helpen voor je belangen op te komen, zonder in een onproductieve machtsstrijd te belanden.

Ik heb dit boek zelf nog niet gelezen.

Robin Stern, Het Gaslight Effect, Verborgen narcisme, AnkhHermes, 2018.

Robin Stern is psychoanalytica, docent, auteur en mededirecteur van het Yale Centre for Emotional Intelligence. Ze introduceerde het begrip ‘gaslighting’ meer dan tien jaar geleden. In dit boek laat ze aan de hand van talrijke voorbeelden zien hoe gaslighting werkt, hoe je het herkent en hoe je er weer los van kan komen. Met praktische adviezen, aansprekende voorbeelden en vele tips en oefeningen leer je de patronen doorgronden, hoe je kan ontsnappen en hoe je voortaan uit de handen van een gaslighter blijft.

Ik vond dit boek heel goed omwille van de goede voorbeelden, waardoor het proces van gaslighting echt duidelijk wordt en hoe je daar slachtoffer van kan worden en hoe je er terug uit geraakt.

Denise Hagmeijer, De duikelaar, Omgaan met complex trauma, codependentie, narcisme en relatieverslavingen in de praktijk, Brave New Books, 2020.


Hierin vertelt Denise hoe ze zelf complex trauma, codependentie, narcisme en relatieverslavingen heeft ervaren en overwonnen.

Ik vond dit boek goed geschreven en het geeft een goede inkijk in deze problematieken vanuit haar eigen ervaringen. Mogelijk geeft dit wel wat herkenning voor mensen die met dezelfde problemen te maken hadden of hebben.

Herboren (Majd Khalifeh)

Een tijdje geleden, het was nog in het pre-corona-tijdperk, woonde ik een lezing bij van Majd Khalifeh. Majd is in Dubai geboren als Palestijnse vluchteling, met het statuut van ‘staatloze’. Hij was een buitenlander zonder land. Nu is hij Belg en voelt hij zich herboren. Die avond werd ik helemaal meegezogen in zijn verhaal en kocht ik zijn boek. Ik beloofde hem daar kort mijn idee over te schrijven. Bij deze.

Zijn boek ‘Herboren. Hier komt een nieuwe Belg’ leest als een trein. Ik heb het zelfs twee maal gelezen. Een tweede keer om alles nog eens goed te laten bezinken. Zijn droom – een nationaliteit krijgen in een stabiel land en een diploma behalen – is voor de meesten onder ons zo evident, dat we er zelfs niet meer bij stilstaan. Dankzij zijn verhaal kan je niet anders dan daar toch even over te reflecteren, en die evidenties leren appreciëren. Ik bewonder zijn positieve manier van in het leven staan, van problemen relativeren en de situatie zo positief mogelijk inschatten. Dat is een levensfilosofie waar ik van hou. Ook zijn humor kon me wel bekoren.

Ondanks de ernst van zijn verhaal (zijn vlucht uit Syrië, de procedures voor asiel en regularisatie, zijn verblijf in asielcentra…) bracht Majd me geregeld aan het lachen. Zijn ongelooflijk gevoel voor humor maakt de lezing van zijn boek bijzonder aangenaam. En misschien ook gemakkelijker te verteren voor ons, want het gedrag van de Belg, of Vlaming, tegenover mensen die hier asiel zoeken, is niet altijd zo fraai…

Majd geeft ons een goede inkijk in het proces waar je als vluchteling en asielzoeker door moet. Mijn ergste nachtmerrie komt nog niet in de buurt van wat hij heeft moeten doorstaan. En vele anderen zoals hem ook. Daarnaast laat hij ons kritisch kijken naar onze eigen identiteit, cultuur en gewoontes, en hoe wij ‘integratie’ definiëren en met nieuwkomers omgaan. Tenminste, als je ervoor open staat. Hij benadrukt dat dit van beide kanten moet komen. Ook als asielzoeker of nieuwkomer moet je bereid zijn om de taal en cultuur van de ontvangende samenleving te leren, en moet je actief deel uitmaken van die maatschappij. Zij moeten inspanningen leveren, maar zo ook wij, om te leren begrijpen, ons in te leven in hun situatie en hen kansen te geven.

Ik vind dat Majd het proces waar hij doorging mooi in beeld brengt. Zo lees je dat België nieuwkomers veel kansen biedt, en daar mogen we best fier op zijn. Aan de manier waarop, kunnen we wel nog sleutelen, vind ik. Nieuwkomers moeten die kansen dan ook wel grijpen, en hun deel van het contract nakomen. Het boek leert ons dat dit echter verdomd niet gemakkelijk is. Als nieuwkomer moet je beschikken over een goede portie assertiviteit, pro-activiteit, creativiteit, lef en doorzettingsvermogen. En daarnaast liefst ook nog over een taalknobbel. Dat is niet iedereen gegeven.

Naast dit alles heeft Majd me anders leren kijken naar voetbal, muziek, gele kaas en patatjes, fietsstallingen, gaan stemmen en de Chiro. En dat we allen ten slotte gewoon mens zijn.

Dank je Majd voor het delen van je verhaal! Mijn mening over dit boek? Een must read!

De simpelste trucs om vrienden te verwerven (Dale Carnegie)

Net zoals Tante Kaat’s goede tips is Dale Carnegies boek een klassieker, die absoluut op mijn favorietenlijstje staat.  Carnegie schreef al in 1936 “Zo maakt u vrienden en goede relaties, de grote kunst goed met mensen om te gaan”.   Dit klinkt dan wel heel oubollig maar de inhoud is absoluut nog actueel.   Veel boeken over communicatie zijn variaties op wat Carnegie al schreef in 1936. Wat Whitehead zei over filosofie: ‘De filosofie van de laatste tweeëneenhalf duizend jaar is niets dan een voetnoot bij Plato, kan je ook zeggen over Carnegie en zijn rol voor communicatie (al kan ik nog wel wat klassiekers verzinnen J)

Zijn boek bestaat uit vier delen: fundamentele technieken in de omgang met anderen, manieren om jezelf bemind te maken; manieren om anderen te overtuigen en hoe een goede leider te zijn.   Hij legt deze simpele communicatietips uit aan de hand van talloze voorbeelden van beroemde mensen uit de geschiedenis en dat maakt het boek ook zo leuk om te lezen.

En terwijl ik deze tekst schrijf, besef ik dat ik alweer een tijdje een van zijn basistips heb verwaarloosd: wanneer was ik nu weer echt geïnteresseerd in anderen?   Of wanneer vroeg ik iemand hoe het ermee was én luisterde ik ook echt geïnteresseerd naar het antwoord?  Nochtans is dat de truc de belangstelling van mensen te verwerven of in de woorden van Carnegie: “To be interesting, be interested.”  Dat verzon hij overigens niet zelf, op blz 95 zegt hij dat de Romeinse dichter Publilius Syrus al opmerkte op dat wij belang stellen in anderen als zij belang stellen in ons.

Ik ga de volgende dagen eens terug experimenteren met het schenken van aandacht, zien wat er gebeurt… En wie nog meer tips wil, het boek ik in pdf gewoon op internet te vinden:

http://erudition.mohit.tripod.com/_Influence_People.pdf

Claim je succes

“Success consists of going from failure to failure without loss of enthusiasm.” (Winston Churchill)

Wiens verdienste is het wanneer je succes hebt? Schrijf je dat toe aan geluk? Terwijl het succes van anderen hun eigen verdienste is? En ga je bij mislukkingen jezelf de schuld geven? En als iemand anders faalt, schrijf je dat dan toe aan de omstandigheden…? Ben je hard voor jezelf en begrijpend voor anderen?

Als je beseft dat je andere maatstaven gebruikt voor jezelf als voor anderen, ben je al een stap dichter om je succes te claimen.

Maar het kan zover gaan dat je aan ‘imposter syndroom’ of ‘oplichterssyndroom’ gaat leiden. Deze term werd in 1978 voor het eerst gebruikt in een artikel van klinisch psychologen Pauline Clance and Suzanne Imes. Ze merkten dat veel succesvolle vrouwen het gevoel hebben dat hun succes niets te doen heeft met hun persoonlijke kwaliteiten of hard werken. Ze zijn dus voortdurend op hun hoede om ‘door de mand te vallen’ als een bedrieger die het succes niet verdient.

Hoog tijd dus om eens objectief al je sterke punten op te lijsten. Welke kwaliteiten heb je? Wat zijn je verwezenlijkingen?  Som ze allemaal op. Bekijk dan het lijstje objectief en beoordeel het alsof het een curriculum vitae van iemand anders is. Vind je ’t positief? Is het succes verdiend?  Besef dan dat het jouw lijstje was en claim het als jouw succes!

Minder is meer en trager is beter

“Let us defend ourself against the universal madness of the ‘fast life'” (Uit het Fast Food manifest)

Was je niet zo lang geleden ook nog een ‘speedaholic’? Moest alles snel en efficiënt: tussen de middag een snelle hap, timemanagement op het werk, speeddaten om de ideale partner te vinden, ‘éénminuutverhaaltjes’ voor het slapen gaan, multitasken … Was je druk, druk, druk? Hadden je kinderen steeds meer huiswerk in minder tijd? Rende je met hen van de ene turnclub naar de andere danswedstrijd, terwijl je ondertussen je to do lijstje aanvulde?

Misschien is deze tijd in ons kot dan wel goed nieuws. Zo komt er ruimte vrij om eens wat meer stil te staan. En om te ontdekken dat het ‘snelle leven’ misschien niet het ‘goede leven’ was. Misschien kan je deze crisis aangrijpen om eens te vertragen en te zien wat er dan gebeurt. Je kan je inspireren op de ‘Slow food’ of ‘Slow living’ trend.

‘Slow food’ ontstond in Italië in de jaren ’80 van de vorige eeuw als protest tegen de vestiging van een bekende fastfoodketen op het Piazza di Spagna. Hoewel de keten er toch kwam, kwam ‘Slow Food’ als trend op gang en werd een mondiale trend. Het gaat er daarbij om kwaliteit boven kwantiteit te stellen: ambachtelijke keuken van eigen bodem om samen te koken en te genieten. Van ‘Slow food’ is het niet zo’n grote stap naar ‘Slow living’. Door ‘langzaam te leven’ kunnen we de teugels in handen nemen en weer aansluiten bij het tempo van de natuur. Wat betekent dat concreet?

  • Minder werk en meer tijd om te genieten;
  • Stil staan bij, wie je bent, wat je doet en wat je wil;
  • Minder vrienden maar hechtere vriendschappen;
  • Echt contact met je kinderen in plaats van snelle verhaaltjes;
  • Tijd nemen voor elkaar en voor wat echt telt.

Met andere woorden: tijd nemen voor jezelf, voor de mensen waar je van houdt en je passies.

Corona zorgt voor knuffeltekort: ‘basorexia’ en huidhonger te lijf

In ‘basorexia’ horen we het woord ‘bas’, dat verwijst naar het Franse werkwoord ‘baiser’ of zoenen. En ‘orexia’ betekent in het Grieks eetlust. Basorexia is dus niets meer of minder dan de drang om iemand te kussen.

Wanneer je iets heel erg mist, wordt de begeerte meestal groter. Als je dus lang niet hebt kunnen of mogen zoenen, kan je veel meer last krijgen van basorexia. Dat is slecht nieuws in deze quarantainetijd.

Een ander mooi woord om het huidige kus- en knuffelgebrek te beschrijven  is ‘huidhonger’. Het wijst op een gemis aan huidcontact. Want aanraken is ook echt een levensbehoefte, zoals eten en drinken. Te vroeg geboren baby’s worden op de blote huid gelegd. Liefdevolle aanrakingen zijn helend. Zo weten we bijvoorbeeld dat knuffelen de productie van oxytocine verhoogt, waardoor je een hogere weerbaarheid hebt tegen stress. Oxytocine wordt niet voor niets het  ‘knuffelhormoon’ genoemd.

We verzamelden enkele suggesties om je oxytocine-tekort op te vangen als je je toevlucht niet kan nemen tot knuffelen of kussen.  Of ze allemaal even goed werken, weten we helaas niet:

  • Knuffel je huisdier;
  • Praat of bel regelmatig met goede vrienden;
  • Geef of ontvang complimenten;
  • Lach, bijvoorbeeld door naar tv-programma’s te kijken die je aan het lachen maken;
  • Luister naar rustgevende muziek, waarvan je blij wordt;
  • Ga wandelen in de natuur;
  • Doe sport of mediteer;
  • Maak oogcontact. Er bestaat zelfs een website waar je een minuut lang in de ogen van een vreemde kan kijken: https://www.human.online/

Hebben jullie nog suggesties om onze basorexia of huidhonger te verlichten?

Verbeter je gewoontes

Maak van geluk een gewoonte” (Emile Ratelband)

Nu we allemaal wat uit ons normale doen zijn door de ‘ophokplicht’ vanwege het Coronavirus is het misschien een goed idee om je gewoonten eens onder de loep te nemen: de goede én de slechte.

Wat zijn je dagelijkse routines? Welke positieve gewoontes mis je? Kan je ze vervangen door alternatieven? Maar nog belangrijker: welke slechte gewoontes zijn er nog wel en kan je die ook veranderen? Nu je toch al uit je normale ritme bent, is deze periode misschien een uitgelezen kans.

Maar hoe ontstaan gewoontes en waarom zijn ze zo hardnekkig? Charles Duhigg legt uit dat het ongeveer 21 dagen duurt om een gewoonte te installeren. Maar eens ze er is, wordt ze als gewoontelus in je hersenen afgedraaid. Deze lus verloopt in drie stappen: eerst is er een signaal -een seintje dat de gewoonte in gang zet-,  daarna is er de routine zelf gevolgd door een beloning. Als deze lus vaak genoeg doorlopen is, ligt de gewoonte min of meer vast. Je hersenen zijn dan als het ware geprogrammeerd.

Hoe ga je dan te werk om je gewoontes te veranderen? Volgens Duhigg is het bijna onmogelijk om de gewoonte uit te roeien maar je kan ze wel veranderen. Dat doe je door het signaal en dezelfde beloning te koppelen aan een nieuwe routine. Stel dat je bijvoorbeeld na een tweetal uur werken moe wordt (het signaal) en dan uit gewoonte even een tussendoortje gaat eten (de routine), waarna je weer energie krijgt (de beloning). Je zou in de plaats daarvan even een praatje kunnen gaan maken met je partner of een andere activiteit zoeken met hetzelfde resultaat.  Hou dan deze nieuwe gewoonte minstens 21 dagen vol.

Mogelijk heb je ook al ontdekt dat bepaalde gewoonten toch als vanzelf verdwenen zijn omdat het signaal zich niet voordoet. Sinds ik thuiswerk is mijn koffiegebruik bijvoorbeeld drastisch gedaald. Doordat ik collega’s geen koffie meer zie drinken, krijg ik zelf het signaal niet meer om telkens koffie te halen…

Leestip: Charles Duhigg, Macht der gewoonte, Waarom we doen wat we doen en hoe we dat kunnen veranderen, Amsterdam, 2015.

Waarom exponentiële groei ons brein te boven gaat

Exponentiële groei is moeilijk te vatten. Een klein experiment: je mag kiezen. Je krijgt elke dag 1000 euro gedurende 30 dagen. Of je krijgt gedurende de volgende 30 dagen de eerste dag één cent, de tweede dag twee cent, de derde vier enzovoort gedurende 30 dagen. Wat kies je?  

Een ander voorbeeld: vouw een stuk papier 50 keer dubbel. Hoe dik wordt het dan? Schrijf je schattig op voor je verder leest. 

Wanneer we ervan uitgaat dat het papier een dikte heeft van 10 millimeter, dan heeft het na 50 keer vouwen een dikte van 100 miljoen kilometer of de afstand van de aarde tot de zon!

En wanneer je dacht om slim te zijn met je keuze voor 1000 euro per dag, ben je er ook aan voor de moeite.  Je hebt dan slechts 30 000 euro. Bij de tweede optie kom je uit op meer dan 10 miljoen euro.

Hoe komt dat?  Bij exponentiële groei wordt het aantal steeds met eenzelfde getal vermenigvuldigd, bijvoorbeeld verdubbeld. In het begin is dat niet zoveel omdat je van weinig vertrekt, maar hoe verder je gaat hoe groter het getal waarvan je vertrekt, waardor het verdubbelen dus een steeds groter impact lijkt te hebben.  Van 2 naar 4 lijkt niet veel maar wanneer we aan 200 zijn is een verdubbeling ineens 400. En als je aan 1000 bent, gaat het ineens naar 2000.

Als je bedenkt dat mensen soms meer dan twee anderen kunnen besmetten, besef je dat het met de exponentiële groei van het coronavirus ook heel snel kan gaan. En dat we dus maar beter in ons kot blijven…

Leestip: Rolf Dobelli, De kunst van het heldere denken, 52 denkfouten die je beter aan anderen kunt overlaten, 2014, Amsterdam.